Thomas is inspecteur, maar hij werkt als IT-specialist en technisch adviseur bij de dienst Cybercriminaliteit onder leiding van commissaris Ooms. Hij is uit zijn vorige korps gezet wegens grensoverschrijdend gedrag. Hij heeft informatie over zijn medewerkers in de politiedatabank gezocht om deze tegen hen te gebruiken. Het is dankzij de tussenkomst van zijn moeder, die in het kabinet van de procureur werkt, dat hij niet is ontslagen, maar verbannen naar De Wal. Hij voelt zijn ballingschap wel als een straf. Zijn collega's beschrijven hem als een snobistische egoïst. Hij pest graag zwakkeren en heeft een hekel aan dominante vrouwen. Zijn vader stierf toen hij nog een kind was en hij werd door zijn moeder en zus opgevoed. Hij was zwak en werd op school gepest. Nu pest hij de anderen en richt zijn pijlen bijvoorbeeld op de zachtaardige Els. Hij heeft overplaatsing aangevraagd, maar zonder succes. Onder commissaris Ooms wil hij niet meer werken, want zij houdt geen rekening met zijn gevoelens en geeft hem op elk moment van de dag opdrachten, ook wanneer hij in zijn bed ligt of vakantie heeft.